Douane en BTW: zoek de verschillen

Al sinds 1993 zijn er binnen de Europese Unie geen grenzen meer. In het kader van de thema’s vrij verkeer van mensen, goederen, diensten en geld werd het op 1 januari 1993 mogelijk om goederen van de ene EU lidstaat naar de andere te vervoeren zonder lange rijen bij de landsgrenzen om daar de douane de vrachtwagen te laten controleren.

Met de Brexit was weer duidelijk te zien welk effect deze douanecontroles hebben op het internationale handelsverkeer. Iedereen heeft de ellenlange files gezien, zowel aan de Franse als aan de Engelse kant van de kanaaltunnel.

Maar wat houden die douanecontroles eigenlijk in? En wat is de relatie met BTW? Hieronder een toelichting, waarbij ik meteen zeg: dit is geschreven door een btw-specialist en zeker niet bedoeld als advies of volledig overzicht van de douaneregels.

Btw bij invoer

Om te beginnen met de btw-regels: btw wordt geheven op de levering van goederen en diensten, intracommunautaire verwervingen van goederen, en bij de invoer van goederen (1). De invoer is dus een apart belastbaar feit voor de btw. De invoer is in beginsel belast in het land waar de goederen de Europese Unie worden binnengebracht, tenzij de goederen in een andere EU lidstaat daadwerkelijk pas worden ingeklaard (2). De waarde die moet worden gebruikt om de verschuldigde btw te berekenen bij de invoer van goederen, is de zg. douanewaarde (3). Dit is niet perse hetzelfde als de prijs die voor de goederen wordt betaald aan de leverancier.

Douane bij invoer

De douaneregels zijn eigenlijk een stuk eenvoudiger dan de btw-regels. Voor de douane is er maar één belastbaar feit, en dat is invoer. Echter, voordat je aan de invoer toekomt, zijn er verschillende mogelijkheden om het tijdstip en de plaats van de invoer te verplaatsen of zelfs helemaal niet te laten plaatsvinden. Denk daarbij aan het plaatsen van de goederen onder een bijzondere douaneregeling, zoals een douane entrepot, of douanevervoer (T1).

Maar laten we voor het gemak blijven bij de ‘standaard invoer’, ofwel het in het vrije verkeer brengen van de goederen. Ik leg dit proces vaak als volgt uit:

  1. Er komen goederen aan bij de grens, in een boot, vrachtwagen of vliegtuig.
  2. De douane wil weten welke goederen het zijn, waar ze vandaan komen, en hoeveel ze waard zijn.
  3. De importeur geeft deze gegevens aan op de invoeraangifte en de douane controleert dit.
  4. Omdat het voor de douane zo goed als onmogelijk is om alle inkomende vrachtwagens, schepen en vliegtuigen te controleren, vinden veel controles alleen administratief plaats.
  5. De douane bepaalt of, en hoeveel invoerrechten er moeten worden betaald. De importeur moet deze betalen aan de douane, tezamen met de bij de invoer verschuldigde btw.
  6. Na goedkeuring door de douane, krijgt de importeur toestemming om de goederen weg te voeren.

Hieronder een korte toelichting bij deze stappen in het douaneproces.

Classificatie, tarief en waardering

Om te bepalen of, en hoeveel invoerrechten er verschuldigd zijn, zal de douane de volgende stappen volgen:

1. Classificatie

Allereerst wil de douane weten wat voor soort goederen het betreft. T-shirts, theekopjes, of agrarische producten: allemaal hebben ze een eigen douanecode. Internationaal wordt deze code de ‘Harmonized System Code’ (HS Code) genoemd, in de EU gebruiken we de ‘Combined Nomenclature Code’ (CN Code) (4). Ieder product in de wereld kan worden ingedeeld met een bepaalde code. Zo heeft een kledinghanger, gemaakt van bamboe, de code 4421 91 00, en een elektrische speelgoedtrein de code 9503 00 30.

Het is niet altijd meteen duidelijk welke code een bepaald product heeft. Dagelijks worden er nieuwe producten uitgevonden, en de classificatie van deze producten hangt af van het materiaal waar het product van is gemaakt, de manier van fabriceren, het gebruik of het doel, en nog veel meer zaken. Waar ik begon met zeggen dat douaneregels eenvoudiger zijn dan de btw-regels, zou je hier eigenlijk al moeten zeggen dat dit niet altijd het geval is.

Een voorbeeld: Een teddybeer kan worden geclassificeerd als ‘speelgoed’. Maar als dezelfde teddybeer een kerstmuts op heeft, is het dan ineens een ‘kerstartikel’? Het is soms echt heel leuk om rechtszaken te lezen over de classificatie van producten: niets is wat het lijkt!

Gelukkig is het altijd mogelijk om de douane om uitsluitsel te vragen. Dit kan door middel van het vragen om een ‘Bindende Tarief Inlichting’ (BTI). Hierbij kan de producent of importeur van een bepaald product vragen om een uitspraak van de douane, waarin de CN-code van dat product wordt vastgelegd. Deze BTI heeft wel een bepaalde geldigheid, en de douane zal niet automatisch de meest gunstige kwalificatie voor de importeur kiezen. Het verdient dan ook aanbeveling om een specialist in te schakelen als er onduidelijkheid is over de classificatie van een product.

2. Tarief

Zodra een product is geclassificeerd, moet worden bepaald welk tarief van toepassing is. Voor de EU zijn de tarieven vastgelegd in een Europese Verordening (5). De tarieven worden regelmatig herzien, en voor de het meest recente overzicht is het dus raadzaam om de laatste versie van de bijlage bij de Verordening op te zoeken.

Echter, met het opzoeken van de CN Code in deze bijlage vind je alleen het algemene tarief. Dat wil niet zeggen dat dit tarief ook automatisch moet worden toegepast. Er gelden bijvoorbeeld uitzonderingen omdat een product uit een bepaald land komt of (gedeeltelijk) in een bepaald land is geproduceerd. Dit wordt het ‘land van oorsprong’ genoemd, waarvoor een ‘preferentieel tarief’ geldt.

Een voorbeeld: voor cacaoboter (CN Code 1804) geldt een algemeen tarief van 7,7%. Echter, als de cacaoboter is geproduceerd in Mexico, dan geldt een tarief van 0%.

Ook het eerder of later toevoegen van ingrediënten of materialen aan bepaalde producten kan resulteren in een lager tarief. Denk bijvoorbeeld aan siroop met suiker, waarvoor een hoger tarief geldt dan siroop zonder suiker, en waar de suiker later (pas na invoer) aan wordt toegevoegd.

Het land van oorsprong kan dus een groot verschil maken voor het tarief. Hiervoor is het wel nodig om dit aan te tonen, bijvoorbeeld door middel van een oorsprongscertificaat. Zonder zo’n document betaald de importeur het normale tarief.

3. Waarde

Als laatste stap wil de douane natuurlijk weten hoeveel invoerrechten ze kunnen heffen. Daarvoor moet de waarde worden bepaald van de ingevoerde producten. Dit is niet altijd de prijs die voor de goederen is betaald of die op de factuur van de leverancier staat.

Het bepalen van de douanewaarde volgt een aantal regels. Deze zijn enigszins vergelijkbaar met de regels die gelden bij het bepalen van de ‘arms lenght value’ bij Transfer Pricing.

Het uitgangspunt is de prijs die de importeur aan de leverancier heeft betaald, inclusief alle kosten van verzekering, transport e.d. tot aan het moment van invoer. De douane kijkt hierbij bijvoorbeeld ook naar de afgesproken leveringscondities, zoals de gebruikte Incoterms. Die bepalen namelijk wie opdraait voor de kosten van verzekering en vervoer, de leverancier of de afnemer.

Als er geen aankoopprijs is, bijvoorbeeld bij het overbrengen van eigen goederen, dan kan worden uitgegaan van de waarde van dezelfde soort goederen, of anders die van vergelijkbare producten. En als die er ook niet zijn, dan kan worden gekeken naar andere berekeningsmethodes.

Staat de waarde vast, en is de invoeraangifte ingediend en geaccepteerd, houdt er dan rekening mee dat de invoerrechten slechts bij hoge uitzondering nog kunnen worden aangepast (6).

Overigens geldt er een algemene vrijstelling van invoerrechten voor alle goederen met een warde van niet meer dan EUR 150.

Als je eerst alle classificatie en tarief discussies hebt gehad, is bij het bepalen van de juiste douanewaarde zeker een expert nodig. Had ik al gezegd dat douane eigenlijk helemaal niet makkelijker is dan btw?

Verlegging bij invoer

De douanewaarde is van belang voor de btw. Zodra alle douane-stappen zijn doorlopen, zal de douane de invoerrechten in rekening brengen, vermeerderd met de bij invoer verschuldigde btw. De btw wordt dus berekend nadat eerst alle andere heffingen en belastingen zijn toegevoegd.

Omdat de waarde bij invoer kan afwijken van de door de leverancier uitgereikte factuur, is het noodzakelijk dat niet alleen deze factuur, maar ook de invoeraangifte wordt opgenomen in de btw-administratie van de importeur. Deze kan de bij invoer verschuldigde btw alleen in aftrek brengen als hij beschikt over deze invoeraangifte, en als deze invoeraangifte op zijn naam staat.

In Nederland is het mogelijk om een vergunning aan te vragen waardoor de importeur de verschuldigde btw bij invoer niet betaald aan de douane, maar in plaats daarvan deze btw aangeeft op zijn btw-aangifte. Deze ‘artikel 23-vergunning’ kan zeker interessant zijn voor ondernemers die regelmatig goederen invoeren, omdat dit een positief effect heeft op de btw-kasstroom.

IOSS

De genoemde vrijstelling van invoerrechten voor goederen met een (douane-)waarde van minder dan EUR 150 geldt niet voor de btw. Btw is verschuldigd voor de invoer van alle goederen, dus ook goederen met een lage waarde.

Voor bepaalde goederen en transacties geldt een vrijstelling voor de btw bij invoer. Een voorbeeld is de Import One Stop Shop regeling (IOSS). Sinds 1 juli 2021 is er een algemene vrijstelling voor douanerechten en btw voor afstandsverkopen aan niet-ondernemers binnen de EU, voor pakketjes met een waarde van minder dan EUR 150. Hiervoor is het wel nodig dat de leverancier gebruik maakt van de Import One Stop Shop regeling. Zonder deze regeling is iedere invoer belast met btw.

Meer weten?

Btw is leuk. In sommige opzichten is douane zelfs nog leuker. Maar beide kunnen tot veel vragen leiden bij ondernemers die goederen invoeren uit niet-EU landen.

Wij kunnen u helpen met al uw btw-bragen. Neem gerust contact met ons op, bijvoorbeeld door rechtstreeks een afspraak boeken via onze website.

Bij Less Grey beschikken we over de kennis en ervaring om u te helpen op het gebied van Advisering, Compliance en Teruggaven. En als u geïnteresseerd bent in IOSS, dan is het goed om te weten dan Less Grey een van de grootse btw-tussenpersonen is in Nederland.


  1. Art. 2 EU Btw-Richtlijn.
  2. Art. 60-61 EU Btw-Richtlijn.
  3. Art. 85 EU Btw-Richtlijn.
  4. De HS code en CN code lijken erg op elkaar, maar zijn niet altijd helemaal hetzelfde.
  5. Verordening (EEG) Nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987.
  6. In een uitspraak van het Hof van Justitie is bijvoorbeeld bepaald dat een prijsaanpassing achteraf, op basis van een Transfer Pricing aanpassing, niet de douanewaarde van eerder ingevoerde goederen kan aanpassen (HvJ C-529/16 van 20 december 2017 (Hamamatsu)). LINK

Deel deze pagina via

Ook interessant